HISTORIE 

1628 - de stad Groningen begon met de ontsluiting van de venen rondom het drooggelegde Sappemeer. Dit werk werd uitbesteed aan de veencompagnieën. Zo stichtten enige burgers uit de stad, toen het Kleinemeer aan de beurt was, in 1647 de Groninger Borger Compagnie. De burgemeester bad echter nogal wat bedenkingen omtrent de aanpak dezer Compagnie.Na gunstig geadviseerd te zijn geworden, kwam op 16 maart 1647 het contract tot stand. De Compagnie bestond echter niet uit 12 pers. als was vermeld, maar slechts uit enkelen. Eén ervan, Adriaan Geerts Paap, alias Wildervanck, had ook reeds bezit genomen van de venen voor het karspel Zuid- broek. Aan de westzijde van de hoofdvaart van de Borgercompagnie verrees ten behoeve van de administratie en het toezicht op de ontsluitingswerkzaamheden het Compagnie- huis.

Eén van de Groninger borgheren nu was Jan Cornelis Spiel. Hij is de stichter van de buitenplaats ‘Welgelegen Zijn herkomst is onbekend, z’n beroep was boekhouder. Door de toename van de veenontginning vond de stad Groningen het raadzaam de venco apart te beheren en richtte daarom in 1652 het veenkantoor op. Jan Cornelis Spiel solliciteerde naar het ambt van rentmeester der venen, doch zijn zwager Jacob Hayckens was hem voor. Deze werd de eerste van een lange reeks van rentmeesters. Jan Cornelis Spiel huwde in 1639 Margreta van Ewsum. Spiel hield zich voortaan bezig met de turfgraverij in Kleinemeer en kwam geregeld op het Compagniehuis. Hij was het die op de gedachten kwam om hier zomers te gaan wonen. Zo werden in 1655 een heemstede afgebakend in het Kleinemeer en spoedig bouwde Spiel daar zijn hofstede. Het huis was voorzien van twee trapgevels met in het midden een torentje. Om het huis lag een gracht en naar het zuiden strekte zich een grote siertuin uit. Het gehele terrein was omaloten door een brede singel met fraai geboomte. De verbinding met de door Kleinemeer lopende hoofdweg werd verzorgd door een vaste boogbrug over het Borgercompagniesterdiep.

Na het overlijden van Spiel werd de kleinzoon van Margreta van Ewsum: Johannes Vertier Stoltz, de nieuwe eigenaar. Stoltz huwde Susanna van Wullen en zij woonden in de ‘Nije’Zwanestraat, doch ‘s zomers verhuisden ze naar Kleinemeer. Hij, Johannes Vertier Stoltz, advocaat en ontvanger van de predikantgoederen alsmede boekhouder van het Burger- weeshuis en het Fraterhuis, verfraaide het landgoed aanzienlijk. De tuinen lagen nu om twee langgerekte vijvers, terwijl ook het landbezit was uitgebreid. Voor het landbouwbedrijf werd een schuur gebouwd met een ‘camer’ voor de meijer. Door een gebleken kastekort werd hij van zijn taak ontheven in 1692 en na geharrewar en aanmaningen, resulteerde dit in een executie. Op 16 mei 1695 vond ‘hij brandende keerse’ de verkoop van Welgelegen plaats in het Wijnhuis aan de Grote Markt.

Nieuwe eigenaar werd voor 3500 Caroli guldens Jan Roberts. Een maand na diens aankoop stierf Jan Roberts en verkocht zijn weduwe het buitengoed in augustus 1695 aan Jan Lohman. De nieuwe eigenaar was een belangrijk man: eerste ambtman van het Goorecht, later rekenmeesterprovinciaal en tenslotte lid van Raad van State. In 1730 werd ‘Welgelegen’ verkocht aan de katholieke bierbrouwer Albertus Boelena.

Inmiddels was het huis bouwvallig geworden en op 13 juli 1736 ontdeed Boelens zich van het bezit, door het voor 4300 Caroli guldens aan Carl Friedrich Graaf von Warstensleben te verkopen. Deze, nog jonge man, belandde met zijn vrouw Wendelina Cornera Alberda, in de zomer van 1736 na onenigheid met zo schoonmoeder, van het fraai gemeubileerde Menkema te Uithuizen, op het oud ‘Cavalje’ in Kleinemeer. Direct werd tot verbouwing overgegaan en men mag wel aannemen, dat het huis toen is opgetrokken in zijn huidige gedaante. Alleen zijn door een latere bewoner, Mr. Cornelis Star Lichtenvoort, twee kamers met een keuken aan de achterzijde bijgebouwd, zodat het sierlijke topgeveltje gedeeltelijk hierachter verdwijnt. De tuin werd onderhouden en benut. Heggen werden opgehouden met takkenbossen en het rosarium tierde weelderig. Door zijn heersende militaire functie en de oorlogen, was von Warstenleben slechts weinig op ‘het buiten In het voorjaar van 1746 stierf zijn vrouw. Het huwelijk was kinderloos gebleven. Uit zijn tweede huwelijk met een Duitse gravin zijn acht kinderen geboren. Carl Friedrich zelf stierf in 1778 te Boon als gevolmachtigd minister van de Republiek bij het keizerlijk Hof, ‘Welgelegen’ was toen enkel nog een vage herinnering.

Op 24 maart 1747 vond in ‘De Gouden Roemer’ te Groningen nl. de verkoop plaats. Voor 3000 Caroli guldens werd eigenaar de luitenant-kolonel Wilhelmus Lichtenvoort. Wilhelmus trouwde met Reynouw Cesina Star, een dochter uit het eerste huwelijk van Cornelis Star welke nu gehuwd was met Wilhelmus moeder. Zij was dus tegelijk zijn moeder en schoonmoeder. Nadat Lichtenvoort de militaire dienst had verlaten vestigde hij zich voorgoed op ‘Welgelegen De tuin was prachtig en rijk aan bloemen. In de appelhof stonden vele vruchtbomen. Ondertussen liep de turfgraverij allengs ten einde. Wilhelmus Lichtenvoort hield zich ook bezig met de turfgraverij. Toen zijn vrouw was overleden kwam zijn zoon op verzoek van hem, in 1768 met zijn gezin over van Curaçao. Zijn zoon heette Cornelis Star Lichtenvoort. Uit het huwelijk van Cornelis Star Lichtenvoort met Maria Kock zijn drie dochters geboren, alle up ‘Welgelegen’. Later betrok bij het huis van zijn moeder in Groningen, waar hem nog een zoon werd geboren: Willem Cornelis, die up 14 april 1782 in de Martinikerk is gedoopt. In de woelige jaren van de Franse Revolutie trok hij zich terug op het stille ‘Welgelegen up 83 jarige leeftijd maakte hij plaats voor zijn zoon, up 90 jarige leeftijd, in 1833, overleed hij.

De in Groningen geboren Willem Cornelis Star Lichtenvoort huwde te Leeuwarden met Sjoukje Oldersma Heringa. Uit dit huwelijk zijn twee zoons en een dochter geboren. Mr. Star Lichtenvoort, die eerst rechter was te Winschoten, betrok later ‘Welgelegen toen hij in 1872 zijn vader, Mr. Cornelis Star Lichtenvoort, als kantonrechter te Hoogezand opvolgde. in 1849 overleed hij en ging ‘Welgelegen’ over naar zijn oudste zoon: Cornelis Star Lichtenvoort. Hij was weinig begaafd en zijn belangstelling ging in hoofdzaak uit naar mooie paarden. Op nog jeugdige leeftijd, 43, overleed hij in 1861.

Zijn weduwe Christina Jacoba Wijckerheid Bisdom hertrouwde later Cornelis Star Nauta, een neef van haar eerste echtgenoot. Deze was opgeleid voor de marine maar zei na zijn huwelijk de zee vaarwel en vestigde zich in Kleinemeer. Vooral de landbouw trok zijn aandacht. Hij genoot zelf enige vermaardheid als kweker van uitheemse planten. Door de kinderloosheid der beide huwelijken en de dood van z’n vrouw in 1876 en hemzelf in 1900, werd ‘Welgelegen’ vererfd up enige verre bloedverwanten. Deze verkochten toen de buitenplaats en wel aan landbouwer Aeilko Edzes. Diens boerderij stond schuin tegenover ‘Welgelegen’ in Kleinemeer. Het ging hem in hoofdzaak om de bijbehorende landerijen en verhuurde het huis aan de heer Steenbeek, leraar aan de R.H.B.S.

Bij het aanbreken van de Eerste Wereldoorlog diende het tijdelijk tot toevluchtsoord voor Belgische vluchtelingen. Het huis geraakte steeds meer in verval en verkeerde reeds in verwaarloosde toestand. In 1915 viel het besluit tot afbraak. De vijvers en grachten gedempt, de tuinen gerooid. Plotseling kwam Mr. Cornelis Alexander Star Numan en kocht de zaak om het aloude familie goed te redden. ‘Welgelegen’ herrees in zijn oorspronkelijke gedaante met behoud echter van de latere achterbouw. Kosten noch moeite werden gespaard. Mr. Star Numan was ongetrouwd en bij zijn overlijden in 1936 ging ‘Welgelegen’ over up zijn zuster Catherina Cornelia Star Numan. Zij was gehuwd met Mr. Evert Jan Thomassen à Thuessink Van der Hoop van Slochteren, die eveneens burgemeester van Slochteren was. Van 1917 tot 1925 verbleven zij er, daarna werd het andermaal verhuurd, o.a. aan burgemeester Eikema.

Daarna deed het dienst als verpleeginrichting van ouden van dagen. De gemeente Hoogezand-Sappemeer heeft met behulp van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk het landgoed geheel gerestaureerd. Reeds in 1967 werd aan het bestuur van de Johan Welch Loge de eerste subsidie verstrekt. Overeenkomstig het oude patroon is de Franse stijl gerestaureerd. De invloed van de Franse barok, welke onder Lodewijk XIV met de tuinarchitect Andre Le Nôtre z’n hoogtij sierde is duidelijk waarneembaar.

De borg, de bijbehorende tuinaanleg, dienstgebouw, brug en dam, tuinmuur en trappen, erfafscheiding en tuinsieraden zijn aangewezen als rijksmonument.

(Borgen & Hofsteden Gemeente Hoogezand-Sappemeer 1997)


Design by ISWELGOED